Turken
Alhoewel er al eeuwenlang contacten bestaan tussen Nederland en Turkije, is er pas vanaf de jaren '60 sprake van migratie van Turken naar Nederland. In 1960 vermeldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor de eerste maal de aanwezigheid van Turken in Nederland. Het ging toen om honderd personen. In 1961 waren het er tweehonderd, in 1962 driehonderd, in 1963 twaalfhonderd en in 1964 4.300. Inmiddels wonen er bijna 300.000 mensen in Nederland, waarvan één van de ouders uit Turkije afkomstig is. De Turken vormen hiermee de grootste, niet westerse, etnische minderheid in Nederland, waarbij overigens moet worden opgemerkt dat het arbitrair is om iedere burger uit Turkije ook Turk te noemen. Want behalve Turken (van oorsprong een nomadisch volk uit Mongolië) wonen er in Turkije vele andere volkeren, waaronder Koerden, Arabieren, Assyriërs, Armeniërs, Lazen, Tsjerkessen, Turkmenen, Karakalpaken, Tartaren, Bosniërs, Grieken, Joden en Albanezen.
Net als bij andere migranten uit mediterrane landen, bestond de Turkse immigratie voornamelijk uit arbeidsmigranten. In 1964 sloot Nederland met Turkije een wervingsovereenkomst en werd in Ankara het Nederlands Wervingsbureau opgericht. In het kielzog van de eerste gastarbeiders kwamen familie, vrienden en dorpsgenoten naar Nederland. Sommigen hadden een arbeidsvergunning, anderen kwamen op de bonnefooi. Vanaf 1974 werden er in Nederland geen arbeidsvergunningen meer aan arbeidsmigranten gegeven en vond de Turkse immigratie voornamelijk plaats in het kader van gezinsvorming en gezinshereniging. Daarnaast is er sprake van een groep Turken die naar Nederland is gekomen als politiek vluchteling. Zo kwamen er na de militaire staatsgreep in Turkije in 1980 veel linksgeoriënteerde vluchtelingen naar Nederland en toen in 1984 de strijd tussen het Turkse leger en de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK) oplaaide, zochten veel Koerdische vluchtelingen asiel in West-Europa. Tot slot is er een groep Turken die illegaal in Nederland verblijft. Onder hen zijn er velen die in het verleden emplooi hadden gevonden in een van de vele illegale naai-ateliers in Amsterdam. Na de val van de Berlijnse Muur kregen veel van deze bedrijfjes steeds meer concurrentie, onder andere uit Oost-Europa, en de meeste moesten sluiten toen de Nederlandse overheid in de loop van de jaren '90 steeds strenger ging optreden tegen illegale arbeid.
Bron: Wikipedia
Alhoewel er al eeuwenlang contacten bestaan tussen Nederland en Turkije, is er pas vanaf de jaren '60 sprake van migratie van Turken naar Nederland. In 1960 vermeldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor de eerste maal de aanwezigheid van Turken in Nederland. Het ging toen om honderd personen. In 1961 waren het er tweehonderd, in 1962 driehonderd, in 1963 twaalfhonderd en in 1964 4.300. Inmiddels wonen er bijna 300.000 mensen in Nederland, waarvan één van de ouders uit Turkije afkomstig is. De Turken vormen hiermee de grootste, niet westerse, etnische minderheid in Nederland, waarbij overigens moet worden opgemerkt dat het arbitrair is om iedere burger uit Turkije ook Turk te noemen. Want behalve Turken (van oorsprong een nomadisch volk uit Mongolië) wonen er in Turkije vele andere volkeren, waaronder Koerden, Arabieren, Assyriërs, Armeniërs, Lazen, Tsjerkessen, Turkmenen, Karakalpaken, Tartaren, Bosniërs, Grieken, Joden en Albanezen.
Net als bij andere migranten uit mediterrane landen, bestond de Turkse immigratie voornamelijk uit arbeidsmigranten. In 1964 sloot Nederland met Turkije een wervingsovereenkomst en werd in Ankara het Nederlands Wervingsbureau opgericht. In het kielzog van de eerste gastarbeiders kwamen familie, vrienden en dorpsgenoten naar Nederland. Sommigen hadden een arbeidsvergunning, anderen kwamen op de bonnefooi. Vanaf 1974 werden er in Nederland geen arbeidsvergunningen meer aan arbeidsmigranten gegeven en vond de Turkse immigratie voornamelijk plaats in het kader van gezinsvorming en gezinshereniging. Daarnaast is er sprake van een groep Turken die naar Nederland is gekomen als politiek vluchteling. Zo kwamen er na de militaire staatsgreep in Turkije in 1980 veel linksgeoriënteerde vluchtelingen naar Nederland en toen in 1984 de strijd tussen het Turkse leger en de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK) oplaaide, zochten veel Koerdische vluchtelingen asiel in West-Europa. Tot slot is er een groep Turken die illegaal in Nederland verblijft. Onder hen zijn er velen die in het verleden emplooi hadden gevonden in een van de vele illegale naai-ateliers in Amsterdam. Na de val van de Berlijnse Muur kregen veel van deze bedrijfjes steeds meer concurrentie, onder andere uit Oost-Europa, en de meeste moesten sluiten toen de Nederlandse overheid in de loop van de jaren '90 steeds strenger ging optreden tegen illegale arbeid.
Bron: Wikipedia

